ABP-pensioen voor leraren: opbouw, hoogte en checken
Niels Oosterhoff · · 4 min lezen
ABP pensioen voor leraren uitgelegd: hoe je het opbouwt, wanneer je met pensioen kunt, wat de hoogte bepaalt en waar je je eigen pensioen checkt.
Dit artikel hoort bij de gids Salarisinzicht: wat verdient een leraar in 2026?.
Werk je als leraar of in een andere onderwijsfunctie, dan bouw je pensioen op bij het ABP, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs. Dat gaat vanzelf: zodra je in dienst komt bij een bekostigde school, gaat er elke maand premie naar je pensioen. Naast je brutoloon, je vakantiegeld en je eindejaarsuitkering is dit een fors deel van je totale arbeidsvoorwaarden. Hieronder lees je hoe het werkt en waar je je eigen pensioen checkt.
Wat is ABP-pensioen?
ABP-pensioen is het collectieve pensioen dat je opbouwt zolang je in het onderwijs of bij de overheid werkt. Het is de aanvulling op je AOW: de AOW krijg je van de overheid vanaf je AOW-leeftijd, het ABP-pensioen komt daar bovenop. Samen vormen ze je inkomen als je stopt met werken.
Je betaalt de premie niet alleen. Je werkgever, de school, betaalt het grootste deel en jouw aandeel wordt automatisch van je brutoloon ingehouden. Op je loonstrook zie je die inhouding terug. Je hoeft dus niets te regelen om te beginnen met opbouwen.
Hoe bouw je pensioen op als leraar?
Elke maand dat je werkt, leg je een stukje pensioen opzij. Hoeveel dat is, hangt van een paar dingen af:
- Je salaris. Hoe hoger je bruto, hoe meer premie en dus hoe meer opbouw. Schuif je door van schaal LB naar LC of LD, dan groeit ook je pensioenopbouw mee.
- Je werktijdfactor. Werk je in deeltijd, dan bouw je naar verhouding minder op. De opbouw volgt het deel van een voltijdbaan dat je werkt.
- Het aantal jaren. Pensioen is een optelsom van veel dienstjaren. Wie jong begint en lang in het onderwijs blijft, bouwt flink op.
Wissel je van school binnen het onderwijs of de overheid, dan blijf je gewoon bij het ABP. Je opbouw loopt door alsof er niets verandert. Ga je buiten deze sector werken, dan kun je je pensioen vaak meenemen naar een nieuw fonds.
Wanneer kun je met pensioen?
Je ABP-pensioen gaat standaard in op je AOW-leeftijd. In 2025, 2026 en 2027 is die 67 jaar; daarna verschuift hij mee met de levensverwachting, dus check op de site van de Sociale Verzekeringsbank wat voor jouw jaargang geldt. Je bent niet aan die datum vastgeklonken: je mag je pensioen laten ingaan vanaf je 60ste tot uiterlijk vijf jaar na je AOW-leeftijd.
- Eerder stoppen mag. Je maandbedrag wordt dan lager, omdat hetzelfde pensioen over meer jaren wordt uitgesmeerd.
- Later doorwerken mag ook. Je pensioen valt dan per maand hoger uit.
- Deeltijdpensioen is een tussenweg: je gaat minder werken en vult je inkomen aan met een deel van je pensioen.
Wat het beste past, hangt af van je situatie. MijnABP laat je verschillende ingangsdata doorrekenen, zodat je de gevolgen ziet voordat je kiest.
Wat beïnvloedt de hoogte van je pensioen?
De hoogte draait vooral om drie knoppen: hoeveel jaren je meedoet, wat je in die jaren verdient en je werktijdfactor. Een leraar die een lange loopbaan voltijd voor de klas staat, bouwt flink meer op dan iemand die een kortere periode in deeltijd werkt. Beide zijn prima keuzes, maar het verschil zie je terug in je pensioen.
Ook je persoonlijke situatie telt mee. Zo is er meestal een nabestaandenpensioen voor je partner geregeld en kunnen scheiding of een periode zonder werk de opbouw beïnvloeden. Wil je precies weten hoe jouw keuzes uitpakken, dan reken je dat door in MijnABP. Wat je nu netto overhoudt van je brutoloon reken je door met de salariscalculator; je pensioen is het deel dat je opzij zet voor later.
Waar check je je eigen pensioen?
Je hoeft niet te gokken hoe je ervoor staat. Op twee plekken zie je het zwart op wit:
- MijnABP. Log in met je DigiD op de site van het ABP. Je ziet je opgebouwde pensioen, een schatting van je maandbedrag later en je kunt scenario's doorrekenen, zoals eerder stoppen of minder gaan werken.
- Mijnpensioenoverzicht.nl. Hier staan al je pensioenpotjes bij elkaar, ook van eerdere banen buiten het onderwijs. Handig voor het complete plaatje.
Log eens per jaar even in, bijvoorbeeld als je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) binnenkomt. Dan weet je waar je staat en kun je op tijd bijsturen.
Wil je meer grip op je totale beloning in het onderwijs? Lees dan de pillar Salarisinzicht: wat verdient een leraar, waarin salaris, toelagen en pensioen samenkomen. En ben je toe aan een volgende stap, bekijk dan de actuele vacatures in het onderwijs.
Veelgestelde vragen
- Bij welk pensioenfonds zit ik als leraar?
- Werk je in het onderwijs, dan bouw je pensioen op bij het ABP. Dat gebeurt automatisch zodra je in dienst komt bij een school; je hoeft je er niet zelf voor aan te melden.
- Hoe check ik mijn eigen ABP-pensioen?
- Log in op MijnABP met je DigiD. Daar zie je hoeveel pensioen je tot nu toe hebt opgebouwd en een schatting van je maandbedrag later. Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je al je pensioenpotjes bij elkaar.
- Wanneer kan ik als leraar met pensioen?
- Je ABP-pensioen gaat standaard in op je AOW-leeftijd (67 jaar in 2025 tot en met 2027), maar je kiest zelf: je mag starten vanaf je 60ste tot uiterlijk vijf jaar na je AOW-leeftijd. Eerder stoppen kan, alleen wordt je maandbedrag dan lager omdat je pensioen over meer jaren wordt verdeeld.
- Wat bepaalt de hoogte van mijn ABP-pensioen?
- Vooral hoeveel jaren je meedoet, je salaris in die jaren en je werktijdfactor. Deeltijd bouwt naar verhouding minder op. Je pensioen groeit ook als je doorschuift naar een hogere schaal.
Niels Oosterhoff · Oprichter van Onderwijsbaan. Schrijft over werken, solliciteren en salaris in het onderwijs.