Netto salaris leraar: wat houd je over?
Redactie Onderwijsbaan · · 3 min lezen
Van brutoloon naar wat er echt op je rekening komt. Zo zit het netto salaris van een leraar in elkaar, en welke heffingskortingen en toeslagen meetellen.
Dit artikel hoort bij de gids Salarisinzicht: wat verdient een leraar in 2026?.
Je netto salaris als leraar is je brutoloon min de loonheffing, plus het effect van je heffingskortingen. Als vuistregel houd je grofweg 60 tot 70 procent van je bruto over, maar het precieze bedrag hangt af van je schaal, je werktijdfactor en je persoonlijke situatie. Wil je meteen weten wat er bij jou op de rekening komt? Reken het direct uit met de salariscalculator.
Van bruto naar netto: wat gaat eraf
Op je brutoloon worden een paar dingen ingehouden voordat het je nettoloon wordt:
- Loonheffing: de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (box 1).
- Pensioenpremie: je bouwt ABP-pensioen op, en jouw deel daarvan gaat van je brutoloon af.
- Eventuele aanvullende regelingen waar je zelf voor kiest, zoals extra sparen voor verlof.
Hoeveel loonheffing je betaalt, loopt op met je inkomen. Zit je in een hogere schaal, dan gaat er procentueel iets meer af.
Wat je nettoloon juist omhoog haalt
Niet alles werkt in je nadeel. Twee heffingskortingen verlagen de belasting die je uiteindelijk betaalt:
- De algemene heffingskorting, die vrijwel iedereen met een inkomen krijgt.
- De arbeidskorting, die je krijgt omdat je werkt.1
Daardoor houd je netto meer over dan je op basis van de belastingtarieven alleen zou verwachten. Vooral bij lagere en middeninkomens tikken deze kortingen flink aan.
Deeltijd: reken met je werktijdfactor
Veel leraren werken in deeltijd. Je werktijdfactor geeft aan welk deel van een volledige baan je werkt. Bij een werktijdfactor van 0,8 verdien je bruto ongeveer 80 procent van een voltijdsalaris. Netto pakt dat vaak nét iets gunstiger uit, omdat de heffingskortingen naar verhouding zwaarder meewegen bij een lager inkomen.
Wil je twee deeltijdopties vergelijken? Zet ze allebei in de calculator en kijk naar het verschil in je netto-inkomen per jaar.
Kijk naar je jaarinkomen, niet alleen je maand
Je maandsalaris is maar een deel van het plaatje. Daar komen nog bij:
- De eindejaarsuitkering en het vakantiegeld, die apart worden uitbetaald.2
- De opbouw van ABP-pensioen, die je later terugziet.
Reken bij het vergelijken van vacatures daarom altijd het volledige pakket door. Welke schaal bij welke functie hoort, lees je in Salarisinzicht: wat verdient een leraar in 2026?.
Bereken jouw nettoloon
De snelste manier om te weten wat je overhoudt, is je eigen gegevens invullen. Kies je functie, schaal en werktijdfactor in de salariscalculator en je ziet direct een benadering van je bruto- én nettoloon. Handig als je een vacature in het onderwijs overweegt en wilt weten wat het je maandelijks oplevert.
Veelgestelde vragen
- Hoeveel houdt een leraar netto over van het brutoloon?
- Als vuistregel houd je grofweg 60 tot 70 procent van je brutoloon netto over. Het precieze percentage hangt af van je schaal, je werktijdfactor en je heffingskortingen. Reken je eigen situatie door met de salariscalculator.
- Tellen de eindejaarsuitkering en het vakantiegeld mee in mijn nettoloon?
- Ja, maar ze worden apart uitbetaald en ook apart belast. Ze verhogen je jaarinkomen, niet je vaste maandbedrag. Kijk daarom naar je netto-inkomen per jaar, niet alleen naar de maand.
- Wat betekent mijn werktijdfactor voor mijn nettoloon?
- Je werktijdfactor is het deel van een volledige baan dat je werkt. Werk je 0,8, dan is je bruto ongeveer 80 procent van een voltijdsalaris. Netto valt dat vaak net iets gunstiger uit door de heffingskortingen.
Redactie Onderwijsbaan · De redactie van Onderwijsbaan. Schrijft en controleert artikelen over werken, solliciteren en salaris in het onderwijs.